St. Annakapel te KoolwijkDe van oorsprong vijftiende-/zestiende-eeuwse Annakapel, die in 1936 uitwendig vrij ingrijpend werd verbouwd, bezit een gaaf neoclassicistisch interieur uit 1820. Dit interieur bestaat uit een schip met tongewelf in stuc, door tweemaal vier zuilen (met zware entasis) gescheiden van twee vlak gedekte zijbeukjes. Aan de oostzijde een halfronde absis.

De Annakapel kent een lange geschiedenis en is dan ook een monumentaal object. Hiervan is een uitgebreide beschrijving beschikbaar inclusief de bouwgeschiedenis. De kapel behoort aan de parochie van Johannes de Doper, maar van 1640-1672 heeft de pastoor Septius uit Oss er de zielzorg uitgeoefend. Een gedenksteen in de muur van de kapel vermeldt dit. Uit deze tijd dateert eveneens het Annabeeld, dat later naar de kerk van Herpen werd verplaatst en waar het nog steeds te zien is. Ook is er nog een fundatie die geld opbrengt voor de wekelijkse mis en relikwieverering op dinsdag. In 1965 werd deze mis naar de zondag verplaatst en weer later naar de zaterdagavond:

In de St. Annakapel worden geen reguliere H. Missen meer gehouden. Wel worden er huwelijken gesloten, kinderen gedoopt, en andere vieringen gehouden voor en door de bewoners. Op foto's komt het ook heel mooi over.

In 1997 en in 2003 is er gewerkt aan de restauratie van de kapel. In 1997 zijn de muurschilderingen vernieuwd en heeft het altaar een grote opknapbeurt gekregen. In 2003 is de verwarming en de elektra vervangen, en is de kapel van binnen geheel opnieuw geschilderd. Daarmee ziet het interieur er weer mooi en fris uit!

U kunt de kapel steunen door Vriend te worden van de St. Annakapel. In de kapel kunt u kaarten, kaarsen en boekjes van St. Anna kopen voor €1,=.

Historie

Een schriftelijk bron (kerkrekeningen) uit 1524 vermeldt reeds een capella S. Anne in Coelwyck. In de zeventiende eeuw deed de kapel dienst als grenskapel voor de gelovigen uit Oss en omgeving.

Sinds de Annakapel in 1936 door de plaatselijke architect E.L. Jansen werd vernieuwd en verbouwd [1] is aan het exterieur geen oud muurwerk meer te vinden. Volgens de verbouwingstekening is alleen van de toren en van de noordmuur een deel van het oude muurwerk (ommetseld) bewaard gebleven. De huidige hoofdvorm, met een toren die half ingebouwd is en naar verhouding laag, maakt aannemelijk dat de kapel oorspronkelijk veel kleiner was. De toren, met tamelijk gerekte bovengeleding, is in 1936 met een meter verhoogd. Vóór de verbouwing van 1936 was het middenvak van de driezijdige sluiting van de kapel veel smaller dan de beide zijvakken, hetgeen kan duiden op een vroegere verbreding van het gebouw. Te denken valt aan een uitbreiding van eenbeukig naar (pseudobasilikaal) driebeukig, waarbij tevens de daknok hoger gelegd is. Dit kan de vergroting van 1820 zijn, die in het Aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa staat vermeld. Mogelijk hangt de vergroting samen met de grote toeloop als gevolg van een in 1801 door Pius VII uitgegeven aflaatbul.

Bij de verbouwing van 1936 is de sacristie verplaatst. Voorheen was de sacristie een afgescheiden ruimte in de smalle oostpunt van het gebouw, met een raam op het noorden en een raam op het zuiden. Door inkorting van het gebouw verviel in 1936 een groot deel van die ruimte. Het nieuwe kapeldak werd iets korter en de beide ramen verdwenen. Een nieuwe sacristie (een vierkant gebouwtje onder tentdak) werd nu gebouwd tegen het zuidelijke sluitingsvak van de kapel, waarbij de oude zijdeuropening de doorgang ging vormen. Van de oude sacristie bleef nog een smalle ruimte achter de halfronde koor-absis over, waarin op het noorden een nieuw venster gezet werd.

Vochtproblemen waren waarschijnlijk de aanleiding om alle muren van de kapel te vernieuwen. De noordmuur werd met nieuwe steen ommetseld, de andere muren werden afgebroken en door spouwmuren in nieuwe steen vervangen. De gevelindeling van de kapel strookte voorheen niet met de interieurgeleding want enkele zuilen stonden vrijwel voor de vensters; bij de vernieuwing van de muren werd dit verholpen door de plaats van lisenen en vensters aan te passen. De nieuwe vensters kregen rondbogen als voorheen. Het roosvenster in de toren kreeg een eigentijdse houten roedeverdeling en ook de beide vensters (westelijk) naast de toren werden vernieuwd.

In 1960 is in de sluitingszijde van de kapel een steen ingemetseld die herinnert aan het vroegere belang van het gebouw als katholieke grenskapel aan de grens met Staats Brabant. De tekst op de steen luidt: Op Zondag na 26 Juli van het jaar 1960 werd in deze eeuwenoude Sint Anna-kapel op de Koolwijk onder Herpen deze steen aangebracht en gezegend. De Deken van Oss deed dit samen met de Pastoor van Herpen en de Kapelmeesters ter blijvende herinnering aan de Osse Pastoors Septius van Aelst en van Lent die van ±1640 tot 1672 vanuit deze kapel de zielzorg voor hun parochianen uitoefenden.

Nog jaarlijks is de kapel het middelpunt van het Annafeest op 26 juli (of op de eerste zondag erna).

Voor informatie kunt u terecht bij de koster van de St. Annakapel, mevr. M. Castenmiller (tel. 0412 402 283).